Tip van onze redactie!

 

 

prof. Kees de Jager woensdag 11 oktober 2017

We zijn opgetogen dat Jean Pierre Grootaerd Zenit wist te vinden met de vraag of Zenit aandacht kan geven aan een bijzonder evenement.

Waarbij een bijzonder persoon, te weten prof. Kees de Jager een lezing zal geven, en het gebeuren ook meteen in het teken zal staan als een eerbetoon aan prof. Kees de Jager.    

ZATERDAG 4 NOVEMBER: Lezing door en eerbetoon aan prof. Cornelis de Jager, met zijn 96 levensjaren misschien de oudste nog actieve astronoom op onze aardbol, maar bovenal een groot wetenschapper, wetenschapspopularisator en zeer begenadigd spreker. Prof. de Jager heeft een levensloop achter de rug dat op zijn minst zeer uitzonderlijk mag worden genoemd. Ook de manier waarop wij prof. de Jager persoonlijk leerden kennen was niet alledaags. Ook dat verdient op 4 november wat speciale aandacht. Plaats: Volkssterrenwacht Armand Pien, Rozier 44, INGANG GEZUSTERS LOVELINGSTRAAT België. van 14u tot 17u.   

Tijdens deze namiddag staan drie lezingen op het programma. Hijzelf heeft het over kometen, daarna volgt een gezamenlijke lezing met Jean-Pierre Grootaerd (werkgroep Kijkerbouw) over vrouwen in de wetenschap, een stokpaardje van beide heren, en we sluiten af met een lezing met Dr. Hetty Van Dijk over het belang van educatie voor meisjes op het Afrikaans continent.Een lezing waar een mens stil van wordt en waarbij je beseft hoe goed wij het hier wel niet hebben. De twee laatste lezingen gaan door in het kader van Science4Girls, een  initiatief dat werd opgestart door de Volkssterrenwacht Armand Pien met steun van onze beide astronauten Frank De Winne en Dirk Frimout. Project wat ook wordt gepromoot door de International Astronomical Union, en gaan door met steun van Universe Awareness.

Deze zeer bijzondere  namiddag wordt bijgewoond door een aantal prominenten zoals prof. Walter Van Rensbergen(VUB), dr. Alex Lobel (Koninklijke Sterrenwacht van België) en prof Jean-Pierre DeGreve (VUB) . Anecdotes komen aan bod van Gerard Bodifée, prof Ewine van Dishoeck (IAU) en anderen.

Bij interesse kunt u zich hier inschrijven 

Voor meer info over deze dag of prof. Kees de Jager. Lezingen en eerbetoon prof. Cornelis (Kees) de Jager

ZenitMPC 587 587 sterrenwacht

De pittoreske MPC 587-sterrenwacht op de 1128 meter hoog gelegen Colma di Sormano nabij het Comomeer, op 40 km ten noorden van Milaan. (Philip Corneille)

 

In 1987 realiseerde een groep Italiaanse amateurastronomen een klein observatorium in de Lombardische Alpen nabij het Comomeer. Dertig jaar later is de Sormano-sterrenwacht een belangrijke speler binnen het Minor Planet Center (MPC)-netwerk van de Internationale Astronomische Unie.

Door Philip Corneille

In 1981 richtte een tiental amateurastronomen de GAB-vereniging (Gruppo Astrofili Brianza) op om een betere samenwerking tot stand te brengen tussen gelijkgezinden in Noord-Italië. De groep beschikte over een 30 cm Newtonreflector, een grote telescoop voor die tijd, voor het observeren van objecten binnen ons zonnestelsel. Datzelfde jaar overleed de Amerikaanse astronoom Paul Herget (1908-1981), oprichter van het Minor Planet Center (MPC) dat zich sinds 1947 toelegt op het bijhouden en verspreiden van gegevens van dwergplaneten, planetoïden en kometen. Herget publiceerde lijsten waarin het tijdstip, de omstandigheden van de ontdekking en de naamgeving van planetoïden werd bijgehouden. Ook had hij zich voorgenomen om een aantal in de 19de eeuw ontdekte, maar sindsdien verloren gewaande, planetoïden opnieuw op te sporen. In de jaren 80 werd het aantal verloren gewaande planetoïden dankzij astrofotografisch speurwerk tot een drietal gereduceerd.

In deze rubriek laten astronomen Ignas Snellen (Universiteit Leiden) en Frank Verbunt (Radboud Universiteit Nijmegen) hun licht schijnen over actuele onderwerpen in de sterrenkunde en het ruimteonderzoek.

Een bemande reis naar Mars spreekt al lange tijd tot de verbeelding. De technische ontwikkelingen van de laatste decennia lijken de realisatie daarvan dichterbij te brengen, met ambitieuze projectplannen als bijvoorbeeld Mars Oasis tot gevolg. De ExoMars-missie van ESA houdt die belangstelling levend, maar de recente landingspoging van Schiaparelli toont aan dat succes nog niet vanzelfsprekend is. Deze aflevering van De stand in wetenschapsland gaat in op de haalbaarheid en wenselijkheid om mensen naar de onherbergzame planeet te brengen.

IgnasSnellen
Ignas Snellen. Hoogleraar astronomie aan de Universiteit Leiden, gespecialiseerd in exoplaneten.

In de afgelopen septembermaand is er een hele reeks tropische cyclonen actief geweest, sommige met bijzondere gevolgen voor het weer in Nederland. Dit artikel beschrijft een aantal van deze cyclonen en bekijkt onder andere in hoeverre de wet van Buys Ballot opgaat. Ook passeren een aantal andere wetten in de meteorologie de revue.
Door Rob Groenland (KNMI)

Figuur 1: De tropische cyclonen Madeline (links) en Lester (rechts) op maandag 29 augustus 2016, gemeten met de Visible Infrared Imaging Radiometer Suite (VIIRS) aan boord van de Suomi NPP-satelliet. (NASA) Figuur 1: De tropische cyclonen Madeline (links) en Lester (rechts) op maandag 29 augustus 2016, gemeten met de Visible Infrared Imaging Radiometer Suite (VIIRS) aan boord van de Suomi NPP-satelliet. (NASA)

De grootste planeet van het zonnestelsel, Jupiter, krijgt weer bezoek. De NASA-sonde Juno is er nu na een reis van vijf jaar bijna gearriveerd. Op 4 juli moet de sonde in een langgerekte baan om de reuzenplaneet komen. Het is dan de tweede keer dat Jupiter langdurig bezoek krijgt van een planeetverkenner.

Door George Beekman

091Juno werd op 5 augustus 2011 vanaf het Kennedy Space Center in Florida gelanceerd met een Atlas V-raket. Hij verwijderde zich eerst van de zon in een wijde baan die hem tot in de planeto.dengordel – tussen Mars en Jupiter – voerde. Daarna snelde de sonde weer terug richting zon, om op 9 oktober 2013 langs de aarde te scheren. Die passage verhoogde zijn snelheid met bijna vier kilometer per seconde en veranderde zijn baan over zo’n hoek dat hij rechtsreeks de oversteek naar Jupiter kon maken. Tijdens deze passage werden alvast enkele instrumenten voor de latere waarnemingen getest en opnamen van de aarde en de maan gemaakt. Als Juno op 4 juli bij Jupiter aankomt, heeft de sonde in totaal een afstand van 2,8 miljard kilometer afgelegd. De hoofdmotor moet de snelheid dan zo sterk verminderen dat Juno in het gravitatieveld van Jupiter gevangen blijft en niet doorvliegt en in de eindeloze ruimte verdwijnt. Juno zal eerst in een zogeheten ‘invangbaan’ (capture orbit) met een omlooptijd van 197 dagen komen. In oktober wordt nogmaals afgeremd en wordt de omlooptijd teruggebracht tot 14 dagen. Vanuit deze baan, de onderzoeksbaan (science orbit), gaat Juno vanaf november zijn waarnemingen aan Jupiter verrichten. De sonde draait dan in een extreem langgerekte baan om de reuzenplaneet. In het meest nabije punt nadert hij het dichte wolkendek van de planeet tot op zo’n 5000 kilometer. Geen enkele ruimtesonde is ooit zo dicht bij de planeet gekomen. Het verste punt van die baan ligt voorbij de baan van Callisto, de buitenste van de vier grote manen van Jupiter die op een afstand van 1,8 miljoen kilometer rond de planeet draait.

Impressie van de ruimtesonde Juno bij Jupiter. (illustratie: NASA/JPL-Caltech)

In de meteorologische wereld worden wolken geclassificeerd in verschillende geslachten, 10 stuks in totaal. Het wolkengeslacht geeft informatie over de vorm van de wolk en soms ook over de hoogte waar de wolken zich in de atmosfeer bevinden. De wolkengeslachten kunnen elk weer hun eigen soorten bevatten. De wolkensoort kan nadere informatie over het uiterlijk verstrekken. Dan kunnen er ook nog weer ondersoorten worden benoemd, die nog weer andere details van het betreffende wolkentype beschrijven. Hieronder een aantal voorbeelden van verschillende wolkengeslachten met hun coderingen.

Foto 1 Jacob Kuiper WPIr33

Jupiter is op de zon na de krachtigste bron van radiostraling. Die werd in 1955 bij toeval ontdekt door de Amerikanen Bernard Burke en Kenneth Franklin tijdens experimenten met een nieuw type radiotelescoop.

KennethLinnFranklin

Kenneth Linn Franklin (1923-2007). (foto: Radio Jove Project)

 



BernardFloodBurkeBernard Flood Burke tijdens een conferentie ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de ontdekking van de decameterstraling van Jupiter, in april 2005 in het Oostenrijkse Graz. (foto: Radio Jove Project)

Zenit114“Kijk, deze foto’s. Ze hebben net eergisteren de kappen van de spiegels van de James Webb afgehaald! Je kunt het allemaal live volgen via de webcam op www.jwst.nasa.gov (zie de foto op p.18 van dit Zenitnummer). Ik kijk enorm uit naar al die onverwachte dingen die we tegenkomen als we met de James Webb onderzoek gaan doen. Neem nu onze recente ontdekking van een enorm helder object met roodverschuiving 11 (zie kader). Het licht dat we nu van dat object zien werd uitgezonden toen het heelal nog maar een half miljard jaar oud was en 12 keer zo klein als nu. Niemand had verwacht dat een sterrenstelsel in het jonge heelal zo extreem helder kon zijn. De hoop is eigenlijk dat er allerlei theorieën op de schop moeten als we met de James Webb onderzoek gaan doen. Dit stelsel geeft een goede indicatie dat dit gaat gebeuren. De James Webb is uitermate geschikt om dat allemaal verder uit te zoeken.”

Door Ruben van Moppes
Marijn Franx bij de Gornergrat-sterrenwacht naast de Matterhorn. (Foto: Marijn Franx)

sirDavidInterview met Sir David Attenborough over klimaatverandering

Bij het zien van natuurbeelden, of het nu waggelende pinguïns op de Zuidpool zijn of jachtluipaarden die op de Afrikaanse savanne op antilopen jagen, zal menigeen al gauw de kalme warme stem van Sir David Attenborough verwachten. Op 8 mei van dit jaar wordt hij 90, maar nog steeds werkt hij onveranderd hard door. Hij heeft dan ook een belangrijke missie: mensen bewustmaken van klimaatverandering. Door Geraldine te Gussinklo

Attenboroughs grote oeuvre maakt hem dé stem van natuurdocumentaires en een van Groot-Brittanniës beroemdste en geliefdste persoonlijkheden. Sinds begin jaren 50 maakt hij natuurdocumentaires voor de BBC, waaronder Life on Earth (1975), Survival Island (1997) en Frozen Planet (2011), en daarnaast sprak hij alle 250 afleveringen in van natuurserie Wildlife on One (1977-2005). In de decennia dat hij in de meest afgelegen uithoeken van de wereld de natuur in al haar pracht heeft bestudeerd en vastgelegd, zag hij welke schade de mens aanrichtte. Bijna zestig jaar geleden ging hij op duikexcursie naar het Groot Barrièrerif (zie foto) bij de kust van Australië. Nu deed hij dat opnieuw, om de veranderingen vast te leggen en maakte daarover de tiendelige serie Great Barrier Reef die nu wordt uitgezonden op BBC 1.

Nr januari 113

 

De Algemene Relativiteitstheorie die Albert Einstein in 1915 publiceerde, biedt een compleet nieuwe kijk op de verwevenheid van ruimte, tijd en zwaartekracht. De ruimtetijd blijkt krommingen te bevatten die wij ervaren als zwaartekracht en die veroorzaakt worden door de aanwezigheid van materie. Wetenschappers maken zich op voor de ultieme test van deze beroemde theorie. J.F.J. van den Brand FOM Instituut voor subatomaire fysica Nikhef, Amsterdam Vrije Universiteit Amsterdam Gecombineerd met recente waarnemingen aan de kosmische achtergrondstraling (o.a. de Planckmissie van ESA), weten we nu dat ons heelal voor circa 70 procent bestaat uit ‘donkere energie’. De rest bestaat uit materie en daarvan is het overgrote deel (85% van die fractie) ‘donker’. Het restje bestaat uit bekende, zichtbare materie. Ook weten we dat het heelal bijna 14 miljard jaar oud is en dat er een oogwenk na de Oerknal (het heelal was toen circa 10-33 seconden oud) een korte fase is geweest waarin het heelal als het ware overkookte en extreem snel uitdijde: de fase van inflatie. Op allerlei manieren is nagegaan of de basis van dit alles, de Algemene Relativiteitstheorie, wel solide is. Tot nu toe doorstond de theorie elk denkbare test. Maar doorstaat ze ook de meest nauwkeurige test van allemaal?

Figuur 1. Computersimulatie van zwaartekrachtsgolven, veroorzaakt door twee om elkaar draaiende zwarte gaten. (NASA/Henze)

 

HayabusaOp 3 december 2015 scheerde de Japanse planetoïdenverkenner Hayabusa 2 langs de aarde om een duwtje in de richting van zijn reisbestemming te krijgen, de planetoïde 1999 JU3. Grondstations meten dan nauwkeurig met hoeveel de snelheid van de sonde toe zal nemen. Deze metingen helpen misschien bij het oplossen van een raadsel dat al een kwart eeuw bestaat: de onverklaarde afwijkingen in de snelheid van ruimtesondes die de aarde op korte afstand zijn gepasseerd.

In december scheert Hayabusa 2 langs de aarde, om een zwieper in de richting van ‘zijn’

planeto.de te krijgen. Zal de gemeten snelheidstoename afwijken van de berekende? (illustratie:

JAXA)


Vele ruimtesondes vliegen een of twee jaar na hun lancering nog een keer langs de aarde. Zo’n scheervlucht (flyby) geeft een ruimtesonde dankzij de zwaartekracht van de aarde of een andere planeet extra energie, zodat in sommige gevallen de reistijd naar de bestemming verkort wordt. Flyby’s komen ook van pas als de lanceerraket niet krachtig genoeg is om de sonde zonder de hulp van de zwaartekracht van een of meerdere planeten zijn eindbestemming te laten bereiken.

Zenit 11 prod LR 43De ruimte tussen de sterren is niet leeg, maar gevuld met stofdeeltjes die onze blik op het heelal vertroebelen. Deze interstellaire mist werd ontdekt door de Zwitsers-Amerikaanse astronoom Robert Trumpler tijdens onderzoek aan sterrenhopen. 

Door George Beekman


Robert Julius Trumpler in 1923, kort voor

zijn 37e verjaardag. (foto: Lick Observatory)

Robert Julius Trumpler werd op 2 oktober 1886 geboren in het Zwitserse Zürich. Zijn belangstelling voor de sterrenkunde werd gewekt op het gymnasium, toen een klasgenoot een spreekbeurt hield over de theorie van Kant en Laplace, waarin het ontstaan van het zonnestelsel ter sprake kwam. Robert ging boeken over sterrenkunde lezen en wilde dat ook gaan studeren. Maar zijn vader, een succesvol zakenman, zag dat niet zitten. Want wat kon je daar nou mee verdienen? Na zijn schoolopleiding werkte Robert een tijdje op een bank. Dat boeide hem echter niet en zo mocht hij toch sterrenkunde gaan studeren. In 1910 promoveerde hij in Göttingen en in 1913 werd hij assistent op de Allegheny-sterrenwacht in Pittsburgh, VS. Daar wilde hij sterrenhopen gaan onderzoeken, maar de Eerste Wereldoorlog zorgde voor een korte onderbreking. Hij werd als militair in de Zwitserse Alpen gedetacheerd, maar mocht al in 1915 terugkeren naar de VS.

Een markant figuur in de sterrenkunde van de vorige eeuw was George van den Bergh. Een jurist die een bestseller over sterrenkunde schreef, een methode voor het voorspellen van zons- en maansverduisteringen ontwikkelde en een nieuwe tijdregeling voor Europa bedacht. Maar ook iemand die niet in de bemande maanreizen geloofde. Door George Beekman
GeorgevdBerghGeorge van den Bergh werd op 25 april 1890 geboren in Oss. Hij was de zoon van de margarinefabrikant Samuel van den Bergh. George studeerde eerst scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam, maar koos daarna voor de rechtswetenschap. Hij werd advocaat en promoveerde in 1924 tot doctor in de staatswetenschappen op De medezeggenschap der arbeiders in de particuliere onderneming.
In 1923 werd Van den Bergh gemeenteraadslid voor de SDAP in Amsterdam en in 1925 lid van de Tweede Kamer. Daar bleek hij een geboren wettenmaker, vooral op het gebied van de volkshuisvesting en het kiesrecht. In 1936 werd hij hoogleraar in het staats- en administratief recht aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij de strijd voor zijn democratische idealen voortzette. Ondanks zijn vroege ommezwaai van exacte wetenschap naar rechtswetenschap was zijn belangstelling voor de eerste verre van verdwenen. Van den Bergh werd ook een hooggeacht amateurastronoom. In 1934 publiceerde hij het boek Aarde en Wereld in Ruimte en Tijd, een uiteenzetting voor iedereen, een populair standaardwerk over de sterrenkunde dat tot 1958 acht herdrukken beleefde en in meerdere talen werd vertaald.

atlasofgreatcometsAtlas of Great Comets, Ronald Stoyan, Cambridge University Press 2015, ISBN 9781107093492; 163 illustraties, 32 kaarten, 34 tabellen, 224 blz, groot formaat (32,5 x 24,5 cm), gebonden. Uit het Duits vertaald door Storm Dunlap. Prijs vanaf € 47,19. Kindle-editie: € 39,25
Door Mat Drummen
Een schitterend boek over indrukwekkende grote kometen sinds de vijftiende eeuw. De inleiding omvat kometen in kunst, literatuur, wetenschap en in talrijke fraaie oude tekeningen en schilderijen. Stoyan besteedt aandacht aan het bijgeloof rondom kometen en hij vat de huidige wetenschappelijke kennis over deze hemelverschijnselen samen. Dan volgt een kort overzicht van grote kometen uit de Oudheid en de Middeleeuwen, waarna het eigenlijke onderwerp van dit boek begint: dertig grote kometen, van de grote komeet uit 1471 tot komeet McNaught uit 2007. Komeet Halley komt maar liefst zeven keer aan bod: alle periheliumpassages van 1531 tot en met 1986. Iedere verschijning van Halley leverde weer andere beelden op. Onder de besproken kometen sinds 1950 komen we bekende namen tegen zoals Arend-Roland (1956), Ikeya-Seki (1965), West (1976), Hale-Bopp (1997) en ook Shoemaker-Levy 9 die in 1994 de dampkring van Jupiter binnendrong.

planetoidenDe continue dreiging uit de ruimte is op een willekeurige heldere avond al zichtbaar. Van ‘vallende sterren’, kleine meteoroïden die met enkele tientallen kilometers per second de atmosfeer invliegen, tot grotere brokstukken die vuurbollen veroorzaken en waarbij soms metersgrote stukken steen verdampen. De aarde veegt objecten met verschillende afmetingen op die in onze directe omgeving rondvliegen. Voor deze meteoroïden geldt dat hun diameter en snelheid van invloed zijn op de penetratiediepte in de atmosfeer. Planetoïden met een doorsnede van enkele tientallen meters kunnen de gang door de atmosfeer overleven en op het aardoppervlak inslaan. Het preventief in kaart brengen van deze risicovolle objecten kent enkele succesverhalen, maar laat ook zien hoe zeer we onze kwetsbaarheid onderschatten.
Door Sebastiaan de Vet

Meer dan 1500 aardscheerders staan te boek als potentieel gevaarlijke objecten.

Aardnabije planetoïden
Meteorieten illustreren de constante dreiging vanuit de ruimte. Vijfentwintig jaar geleden sloeg een meteoriet door het dak van een huis in Glanerbrug en deze zomer precies 90 jaar geleden dienden een drietal vuurbollen zich aan in het luchtruim boven Zeeland. De meteorieten die nabij de Zeeuwse plaatsen Ellemeet en Serooskerke neerkwamen, zijn zeer waarschijnlijk afkomstig van de planetoïde Vesta. Ze zijn het product van een grote inslag op Vesta, waarbij

Newton telescoopDe Newton-telescoop, kortweg Newton, is in de amateur-wereld zonder enige twijfel de meest gebruikte spiegeltelescoop. En de Dobson dan? Ook dat is een Newton maar dan een in bijzondere bouwvorm, met name voor het statief en de montering.

Harrie Rutten is opticus en auteur van onder meer het standaardwerk Telescope Optics, waar wereldwijd meer dan 55.000 exemplaren van verkocht werden.

Zorgt bij een refractor een aantal lenzen voor de beeldvorming in een telescoop, bij een Newton is dat slechts één optisch element: een holle spiegel. Nu doet de naam Newton vermoeden dat de bekende Engelse wis- en natuurkundige uit de 17e eeuw de uitvinder is van de spiegeltelescoop. Dat is echter niet het geval. Kort na de uitvinding van de lenzentelescoop in 1608 door Hans Lippershey in Middelburg kwam de Italiaanse Jezuïet Niccolo Zucchi op het idee de positieve lens te vervangen door een holle spiegel. zuvsne fig2

De Pillars of creation zijn misschien wel het meest iconische beeld uit het fotorepertoire van de Hubble-ruimtetelescoop. In 1995 fotografeerde Hubble deze ‘pilaren’ van interstellair stof en geboorteplek van nieuwe sterren voor het eerst. NASA, ESA en het Hubble Heritage Team publiceerden in januari een nieuwe opname van de stofpilaren, deze keer niet alleen in zichtbaar licht maar ook in het nabije infrarood. Dit naar aanleiding van de 25ste verjaar- dag van de lancering van de ruimtetelescoop op 24 april. Ook Zenit staat met dit themanum- mer stil bij het zilveren jubileum van Hubble. Edwin Mathlener neemt allereerst de soms roerige geschiedenis van de ruimtetelescoop onder de loep. Claude Doom beschrijft aan de hand van de citatiefrequentie de belangrijkste wetenschappelijke resultaten die met Hubble behaald zijn. Tot slot werpt Fred Lahuis alvast een blik op Hubble’s opvolger: de James Webb Space Telescope, waarin ook Nederland een belangrijk aandeel heeft.
hubble001

hubble005
De eerste ideeën voor een telescoop in de ruimte werden al gepubliceerd in de jaren twintig van de 20e eeuw. Natuurlijk moesten we wachten op de ruimtevaart, voordat het mogelijk werd om een grote optische telescoop in een baan rond de aarde te brengen. De geschiedenis van de Hubbletelescoop is er één van mislukking en triomf.

sintmichaelEinsteins relativiteitstheorie gaf het heelal zijn zwarte gaten, maar al meer dan 130 jaar eerder werd over hun mogelijke bestaan gedacht. Dat deed John Michell, een Engelse predikant die volgens sommigen een van de grootste natuuronderzoekers van zijn tijd was.
Door George Beekman

John Michell werd op 25 december 1724 geboren in Eakring, in het Engelse graafschap Nottinghamshire, als zoon van een priester. Hij studeerde in Queens’ College in Cambridge, waar hij in 1751 Tutor (docent) werd. Daar doceerde hij achtereenvolgens rekenkunde, theologie, geometrie, Grieks, Hebreeuws en filosofie. In 1767 werd hij rector van de St. Michael and All Angels Church in Thornhill, Yorkshire, waar hij zijn verdere leven zou blijven. Henry Cavendish
Michell was een uiterst veelzijdig man. Hij hield zich bezig met uiteenlopende vraagstukken op het gebied van onder andere sterrenkunde, geologie, magnetisme, optica, en zwaartekracht. Zo suggereerde hij als eerste dat aardbevingen zich middels golven voortplanten en dat dubbelsterren en sterrenhopen door zwaartekracht bijeen worden gehouden. Ook ontwierp hij een torsiebalans, waarmee Henry Cavendish in 1798 voor het eerst de gravitatieconstante bepaalde. In november 1783 hield Michell een voordracht voor de Royal Society in Londen, waarin hij het idee van ‘donkere sterren’ naar voren bracht. Uitgaande van Newtons deeltjestheorie van het licht, redeneerde hij dat de door een ster uitgezonden lichtdeeltjes door haar aantrekkingskracht worden vertraagd. Het was misschien mogelijk om via het meten van deze vertraging de massa van een ster te bepalen.

De gedachte dat er leven zou zijn op Mars maakte lang opgang in de astro- nomie. Zo meende de negentiende-eeuwse Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli dat er kanalen te zien waren op Mars. Zijn bekendste navolger was de eigenzinnige Amerikaanse sterrenkundige Percival Lowell (1855- 1916). Hij geloofde tevens in het bestaan van een negende planeet, een on- conventionele gedachte voor die tijd. In deze rubriek gaan we nader in op zijn leven en werk en staan we stil bij Clyde Tombaugh, die later voor de familie van Lowell ging werken en op wiens conto feitelijk de ontdekking van Pluto kwam. Terwijl Lowell deels met de beroemdheid aan de haal ging.

Door Vincent van de Vrede

klimaatreconstructie001

Wouter Marra en Tjalling de Haas doen hun promotieonderzoek over het landschap van Mars aan de Universiteit Utrecht. Ze bootsen landschappen na in het laboratorium en gebruiken deze kennis om het oppervlak van Mars te verklaren. Kennis over de processen die deze planeet vorm hebben gegeven is belangrijk om het vroegere klimaat te reconstrueren.

Door Wouter Marra & Tjalling de Haas van de Universiteit Utrecht

12tipsfin

Bijna iedereen die voor het eerst door een eigen telescoop kijkt, wil de maan zien. Onze satelliet is eenvoudig te vinden en in de telescoop zien we echt een hele andere wereld, met bergen, kraters en ‘zeeën’. Maar veel amateurs raken snel uitgekeken op de maan, vaak omdat ze vinden dat hij er steeds hetzelfde uitziet.

Weersverwachting

Foto van de dag

Tweets over sterrenkunde

Contact

Stip Media

Louise de Colignystraat 15 

1814 JA Alkmaar

+3172 531 49 78

info@zenitonline.nl